Onze uitgangspunten

De gemeenteraad van Hillegom heeft de uitgangspunten voor de Transitievisie Warmte van Hillegom vastgesteld. Hieronder beschrijven we hoe we tot deze uitgangspunten zijn gekomen.

Op 17 augustus 2020 hielden we een bijeenkomst met de beleidsafdelingen van de gemeente. Dit leverde een lijst op met eerste uitgangspunten. Deze sluiten aan bij de landelijke leidraad Transitievisie Warmte en zijn aangevuld met de uitgangspunten van de Regionale Energiestrategie Holland Rijnland en het bestaande gemeentelijke beleid.

Vervolgens toetsten we de uitgangspunten bij netbeheerder Liander, drinkwaterbedrijf Dunea, Hoogheemraadschap van Rijnland en woningcorporatie Stek. Ook vroegen we een aantal van onze inwoners en andere organisaties om te reageren op de uitgangspunten. We spraken met bedrijven, cultuurhistorische verenigingen, duurzaamheidsstichtingen, belangenorganisaties, scholen en energiecoaches. In drie enquêtes deelden 517 inwoners van Hillegom hun voorkeuren, aandachtspunten en zorgen met ons. Op basis hiervan zijn met enkele inwoners diepte-interviews gehouden. Hoe dit gegaan is, leest u in ‘Wie heeft er over deze Transitievisie Warmte meegedacht’.

De resultaten van dit participatietraject zijn verwerkt in de uitgangspunten. Zo gaven inwoners aan zorgen te hebben over de warmtetransitie. Zij stelden vragen als: Wat moet ik er allemaal voor doen? Is het wel betaalbaar? Wordt mijn huis straks nog wel goed verwarmd? De uitgangspunten zijn op deze zorgen gebaseerd: onze plannen moeten betrouwbaar, betaalbaar en realistisch zijn. Ook moet warmte voor iedereen beschikbaar zijn.

De uitgangspunten zijn voorgelegd aan de Gemeenteraad van Hillegom. De gemeenteraad heeft de onderstaande uitgangspunten vastgesteld op 25 maart 2021:

  • Zorgen dat de warmtetransitie realistisch en betaalbaar is voor iedereen;

  • Alle beschikbare en betrouwbare warmtebronnen onderzoeken en daarna een bronnenstrategie opstellen;

  • Aan de slag gaan met energiebesparing, en gebouweigenaren stimuleren en ondersteunen om gebouwen “transitie gereed” te maken;

  • Willen samenwerken en samen kennis delen om de verduurzaming te versnellen;

  • Aansluiten bij de regionale warmtevisie zoals deze in de RES 1.0 is opgenomen;

  • Biomassa alleen toepassen als het minimaal CO2-neutraal is. Bijvoorbeeld als aanvullende energiebron door het gebruik van compostwarmte van de Meerlanden.